STRAFBAARHEID VAN HULPVAARDIGE MENSEN

Het blijft altijd een lastige kwestie, in hoeverre mag je de wet overtreden als je daarmee vluchtelingen of andere mensen helpt. Nu ook weer een Franse boer die honderden vluchtelingen heeft geholpen om de Italiaanse grens over te steken. Of de Zweedse journalist die een Syrisch jongetje heeft geholpen om Zweden binnen te komen.

Zowel de Franse boer als de Zweedse journalist zijn door de rechter veroordeeld. De eerste heeft een geldboete van 3.000 Euro gekregen en de ander een taakstraf van 75 uur en een voorwaardelijke celstraf van 2 maanden. Juridisch natuurlijk helemaal terecht, want ze hebben beiden nou eenmaal de wet overtreden. En als ze niet gestraft zouden worden dan zou dit een precedent kunnen scheppen en zouden anderen misschien dit ‘goede’ voorbeeld volgen. Maar is dit eigenlijk erg. Mensen willen puur belangeloos andere mensen helpen, maar doen dit nu niet omdat ze bang zijn dat ze worden veroordeeld. Als zie niet of nauwelijks zouden worden gestraft zouden misschien meer mensen elkaar helpen. De Franse boer heeft zelfs al aangekondigd dat hij ondanks deze geldboete gewoon doorgaat. Als hij een voorwaardelijke celstraf had gekregen, zoals de Zweedse journalist, zou hij het misschien niet doen.

Natuurlijke stuit dergelijk liefdadigheidshulp op een aantal bezwaren. Bijvoorbeeld, waar ligt de grens. Bij de Zweedse journalist is het duidelijk: hij hoefde helemaal niets in ruil voor zijn actie. Maar wat nou als de jongen de benzine heeft betaald? Is het dan nog gevoelsmatig een hulpvaardige actie? Als hij er echt een flink bedrag voor wilde hebben (wat is flink?) dan is het natuurlijk niet alleen juridisch maar ook gevoelsmatig een duidelijk voorbeeld van mensensmokkel. Een ander bezwaar is dat het mensen aantrekt. In het geval van de Franse boer, stel dat hij niet zou zijn gestraft dan komen natuurlijk nog meer vluchtelingen op de boer af, waardoor hij niet meer iedereen kan helpen.

Een bezwaar is verder het beoordelen van de strafmaat. Normaal gesproken krijg je een hogere straf als je aan meer mensen schade richt. Dus hoe meer mensen je mishandelt of oplicht, hoe hoger de straf. Hoe moet je dat bij dit soort acties beoordelen? Hoe meer mensen je over de grens smokkelt, hoe hoger de straf? Of eigenlijk niet, omdat je juist meer mensen hebt geholpen.

Eigenlijk zou er idealiter een soort ‘ontslag van rechtsvervolging’ moeten zijn voor dit soort hulpvaardige acties. Net zoals zelfverdediging en overmacht de verdachte vrij kunnen spreken, ook al is er bewezen dat de verdachte een misdrijf heeft begaan, zo zou een mensensmokkelaar die eigenlijk geen mensensmokkelaar is omdat hij volledig belangeloos handelt en mensen helpt, ook moeten worden vrijgesproken. Een hele opgave, zoals wel blijkt uit hetgeen ik hierboven uiteen heb gezet.

 

EEN BASISINKOMEN ZONDER VERPLICHTINGEN

In steeds meer landen, dus ook in Nederland, wordt met het basisinkomen geëxperimenteerd. Een aantal gemeenten, waaronder Groningen en Utrecht, is dit jaar hiermee begonnen. Het moet wel om een langdurig bijstandsgerechtigde gaan en zo zijn er meer eisen die gemeenten aan het ontvangen van een basisinkomen stellen.

Een bijstandsgerechtigde ontvangt een basisbedrag van om en nabij de 1000 Euro en heeft daarbij geen verplichtingen zoals je die bij de bijstand wel hebt. Je hoeft niet te solliciteren, je mag naast je basisinkomen gewoon werken zonder dat je hierop wordt gekort en je hoeft geen vrijwilligerswerk te verrichten.

Er zijn zeker een aantal voordelen van een basisinkomen te noemen. Ten eerste het doel. Een belangrijk doel van de bijstand is dat de mensen die dit ontvangen zsm weer aan het werk gaan door te solliciteren en tot die tijd van een bijstandsuitkering kunnen leven. Echter, het is maar de vraag of ze door te solliciteren ook eerder werk vinden. Brengt deze druk van verplicht solliciteren niet alleen maar stress met zich mee waardoor de kans op een baan alleen maar wordt verkleind? Bovendien brengen alle administratieve handelingen die aan deze verplichtingen verbonden zijn ook extra stress met zich mee. Als je aan een basisinkomen geen verplichtingen stelt, wordt je dus ontlast van druk en administratieve handelingen waardoor men meer gemotiveerd werk gaat zoeken en dus waarschijnlijk eerder een baan zal vinden.

Tweede argument is dat het invoeren van een basisinkomen tevens een aanzienlijk aantal administratieve handelingen bespaart voor de gemeente en andere uitkeringsverstrekkers. Er hoeft niet gecontroleerd te worden of de bijstandsgerechtigden zich wel aan hun verplichtingen houden en er hoeven geen maatregelen of boetes te worden opgelegd zoals het stopzetten van een uitkering of het opleggen van een geldboete in geval van fraude. Overigens, ook werkenden zouden dit basisinkomen moeten ontvangen zodat ook toeslagen en subsidies kunnen worden afgeschaft. Hiermee zijnvrijwel alle hieraan verbonden administratieve handelingen meteen verdwenen.

Er zijn natuurlijk genoeg nadelen van een basisinkomen te noemen. Ten eerste kost het de overheid in eerste instantie natuurlijk heel veel geld om iedere bijstandsgerechtigde een basisinkomen van ongeveer 1000 Euro te geven en zelfs nog meer als ook werkenden een basisinkomen mogen ontvangen. Een bijstandsuitkering wordt tenminste nog (gedeeltelijk) stopgezet als je werk hebt, een basisinkomen niet. Ten tweede, nu er geen verplichtingen meer zijn, waarom zou je dan je best nog gaan doen om werk te zoeken? Ten derde, wie krijgt wel een basisinkomen en wie niet? Hoe lang moet je werkloos zijn? Hoeveel mag je bijverdienen om je basisinkomen te behouden? Dit moet administratief natuurlijk wel allemaal worden bijgehouden.

Een volgend argument tegen het basisinkomen is de vraag of er geen scheve verhoudingen in de maatschappij ontstaan. Iemand die hard werkt en een modaal inkomen heeft komt noch voor een basisinkomen in aanmerking, noch voor een toeslag, terwijl zijn/haar buurman maandelijks een bedrag krijgt van 1000 Euro zonder maar iets te doen en zelfs geen verplichtingen heeft. Sterker nog deze persoon kan er gewoon bij werken zonder dat dit basisinkomen gekort wordt. Dit laatste argument geldt natuurlijk bij een bijstandsuitkering ook, maar door het ontbreken van verplichtingen kan er alleen nog maar meer verontwaardiging ontstaan.

Het is altijd goed dat er buiten de gebaande wegen wordt gekeken en de nadelen van een bijstandsuitkering zijn algemeen bekend. Het is daarom ook goed dat er nu met een alternatief, in dit geval het basisinkomen, op beperkte schaal bij een aantal gemeente wordt geëxperimenteerd. Onderzoekers,waaronder universiteiten, kijken zeer geïnteresseerd mee (vandaar ook deze experimenten in met name studentensteden) met de uitvoering van het basisinkomen. Het is uiteindelijk afwachten wat voor substantiële gevolgen dit zal hebben voor wat betreft het vinden van werk, de stress van werkzoekenden en de totale kosten voor de overheid.

DE SCHIKKING

Een schikking blijft juridisch gezien toch altijd iets vreemds. Ook al wijst alles erop dat je schuldig aan een misdrijf bent, door een schikking te treffen met de tegenpartij is de zaak opgelost en word je niet schuldig verklaard. Met name bij bedrijven spelen schikkingen een grote rol en de laatste tijd vinden er nogal wat bedrijfsschikkingen plaats.
Taxibedrijf Uber zou chauffeurs hebben misleid door te liegen over de hoeveelheid geld die de chauffeurs konden verdienen. In werkelijkheid hebben ze minder verdiend dan Uber hen had beloofd. Uber moet nu 20 miljoen euro betalen aan de chauffeurs maar hierdoor hoeft Uber geen schuld te bekennen.
De bekendste schikking op dit moment is natuurlijk de 4 miljard euro boete die Volkswagen moet betalen ivm het dieselschandaal: door andere software te gebruiken hebben dieselauto’s een veel lagere uitstoot dan in werkelijkheid. Overigens wordt in deze zaak wel schuld bekend door Volkswagen, maar wordt door deze schikking het bedrijf niet verder vervolgd. Juridisch gezien had een rechter het bedrijf ook failliet kunnen verklaren of kunnen verbieden voort te bestaan. Let wel, een aantal individuele bestuurders van Volkswagen worden wel vervolgd. Overigens, het feit dat de verkoop van nieuwe Volkswagens door dit schandaal niet is gedaald geeft wel aan hoe sterk het merk Volkswagen is, een interessant gegeven natuurlijk want een ander merk zou meteen na zo’n schandaal failliet zijn gegaan, maar dit terzijde.
Nu heeft een schikking natuurlijk heel veel voordelen. Het is vaak goedkoper omdat het rechtssysteem wordt ontlast. Advocaten en rechters hoeven nu niet te worden ingeschakeld. Voor beide partijen scheelt dit heel veel geld. Bovendien scheelt dit ook heel veel tijd. Na de schikking kan er meteen over worden gegaan tot betaling en daarmee is de zaak voorbij. Verder weet de betalende partij nu zeker dat het geen schuld hoeft te bekennen, dan wel niet verder wordt vervolgd. En is de ontvangende partij ervan gegarandeerd dat het een vergoeding krijgt die misschien wel hoger is dan als er een vervolging plaats zou vinden. Beide partijen komen er via een schikking dus misschien wel beter uit. En doordat het rechtssysteem wordt ontlast scheelt het voor de belastingbetaler, zeker bij dit soort megabedragen als door Volkswagen, aanzienlijk veel geld.
Maar nogmaals, ondanks deze praktische voordelen, voor dus misschien wel beide partijen, komt een schikking in juridische zin toch apart over. Een machtig en rijk bedrijf kan makkelijker een schikking treffen en hierdoor dus vervolging ontlopen. Dit druist in principe in tegen de gelijkwaardigheid van het rechtsstelsel. Iedere gedupeerde moet dezelfde kans hebben om zijn of haar gelijk te krijgen, ook al krijg je via een schikking misschien wel een hogere (schade)vergoeding.Het is natuurlijk niets nieuws en zo zit de maatschappij nou eenmaal in elkaar, maar het bestaan van een schikking geeft wel aan dat je met macht en (dus) geld veel problemen kunt voorkomen.

DE AANGETEKENDE EMAIL

Deze week werd er (weer) bericht over de mogelijkheid van een aangetekende email. In het huidige digitale tijdperk eigenlijk een heel ouderwets fenomeen: de aangetekende brief. Je moet als ontvanger van een aangetekende brief, de brief handmatig ondertekenen om officieel te hebben bevestigd dat je daadwerkelijk ook de desbetreffende post hebt ontvangen. Ben je als geadresseerde niet thuis, dan moet je binnen een paar dagen na het dichtstbijzijnde postkantoor komen om alsnog te ondertekenen. Doe je dit ook niet, dan geldt na een paar dagen alsnog dat de aangetekende brief automatisch officieel door de geadresseerde als ontvangen wordt beschouwd.

De mogelijkheid van een aangetekende email is natuurlijk veel sneller en makkelijker. Er hoeft geen brief opgesteld te worden met envelop en postzegel, het scheelt postzegelkosten voor de afzender, de brief hoeft niet verstuurd te worden, de aangetekende mail komt direct aan en de hele procedure dat als de geadresseerde niet thuis is hoeft niet te worden doorlopen.

Maar juridisch gezien zitten er natuurlijk wat haken en ogen aan. Het adres van de geadresseerde kan via het Basisregistratie Personen (BRP), voorheen het GBA-register, gewoon worden opgezocht en mag je er ogv het BRP vanuit gaan dat dit ook klopt. Maar hoe zit het met een emailadres? Is het emailadres ook daadwerkelijk van de geadresseerd? Kan je verwachten dat deze hem ook heeft ontvangen en gelezen? En hoe zit het met een eventuele computerstoring? Als de emailgewoon wordt gelezen en bevestigd is er natuurlijk niets aan de hand, maar bovenstaande vragen spelen juist een rol als de geadresseerde de email niet heeft gelezen.

Laten we beginnen met de eerste vraag. Als de geadresseerde heeft bevestigd dat zijn emailadres klopt dan kan je op grond hiervan aannemen dat dit ook het juiste adres is. Een eventuele wijziging valt onder de verantwoordelijkheid van de geadresseerde, net als bij een adressenwijziging. Verder mag je verwachten dat een geadresseerde zijn email leest en bevestigt, zeker als de afzender dit op tijd aankondigt en het belang hiervan aangeeft. Een computerstoring zou je op een lijn kunnen stellen met een fout in de postbezorging, hoewel het eerste vaker misschien wel vaker voorkomt.

Het zijn natuurlijk allemaal lastig te beantwoorden vragen. In hoeverre mag je inderdaad verwachten dat iemand zijn email leest en feit blijft nog steeds dat niet iedereen de beschikking heeft over een computer en dus ook een emailadres heeft. Uiteindelijk is het de rechter die in een dergelijke zaak hierover moet beslissen. Hij zal zich met name buigen over de vraagwat te beslissen als de geadresseerde helemaal niet reageert op de aangetekende mail. Nogmaals, bij een aangetekende brief geldt dat als er binnen een bepaalde termijn niet wordt gereageerd op de brief  deze toch als bevestigd wordt beschouwd. Is dit bij een aangetekende email waarop helemaal niet wordt gereageerd ook het geval?

Omdat een email op heel veel gebieden al op één lijn wordt gesteld met andere post en vaak als bewijsmateriaal gebruikt kan worden als geldige correspondentie, zou je denken dat de rechter de aangetekende email als legitieme correspondentie gaat beoordelen. Maar uiteindelijk zal hij/zij het op zijn juridische waarde moeten beoordelen. Het zou het rechtsverkeer in ieder geval wel een stuk makkelijker maken.

NIEUWJAARSBLOG: WIE HEEFT ER RECHT OP DE HOOFDPRIJS VAN DE OUDEJAARSTREKKING?

Als jurist kom je verschillende rechtszaken tegen. Rechtszaken die qua feiten zeer interessant zijn, of die qua uitspraak van de rechter op zijn minst verbazingwekkend zijn. Ook de publieke opinie op verschillende rechtszaken geeft vaak al genoeg stof tot discussie.

Toch was de eerste zaak van 2017 die mij als jurist tot nadenken dwong geen rechtszaak maar een totaal andere casus: namelijk de winnaars van de oudejaarstrekking. De hoofdprijs bedroeg 30 miljoen euro en er waren 2 winnaars, omdat beide winnaars een halve lot hadden gekocht. Dit betekent dat Nederland er ineens in 2017 2 miljonairs bij had. Bij mij kwam onmiddellijk de vraag naar boven wie er nou eigenlijk echt recht heeft op dergelijke hoge geldprijzen. Natuurlijk zijn dat de mensen die gewoon eerlijk het winnende lot  in hun bezit hebben, daar valt juridisch gezien niet over te twisten, maar zijn dit ook de mensen bij wie het prijzengeld het meest tot zijn recht komt? Met andere woorden, is het maatschappelijk gerechtvaardigd dat de uiteindelijke winnaars miljonair zijn geworden?

Laat ik beginnen met de mensen die al miljonair zijn, hiervan kan je je natuurlijk afvragen of zij er ook daadwerkelijk substantieel op vooruit gaan. Ze kunnen zich materieel misschien wat meer veroorloven, maar dat konden ze al in grote mate. Dan degenen aan de onderkant van de samenleving, de uitkeringsgerechtigden. Zij zijn niet gewend met veel geld om te gaan, laat staan met 15 miljoen euro. Gaan zij daar geen onverantwoorde dingen mee doen, puur omdat ze gewoon niet weten hoe je met zoveel geld om moet gaan. Begeleiding zou misschien dan op z’n plaats zijn. Of ze weten het wel, maar schieten te ver door in hun uitgaven.

Dan de leeftijd. Als iemand van 70+ de hoofdprijs zou winnen kan je er ook je vraagtekens bij zetten hoelang deze persoon nog daadwerkelijk van de hoofdprijs kan genieten. En wat als iemand van 18 jaar, net handelingsbekwaam, mag alles kopen wat hij wil, de hoofdprijs van 15 miljoen euro wint? Deze persoon gaat misschien nu niet studeren en zich ontwikkelen, is in principe ook niet gewend met hoge bedragen om te gaan en kan je je dus afvragen of het geld bij hem wel goed terecht komt. Hij heeft misschien ook wel begeleiding nodig.

Vanzelfsprekend zijn alle personen die handelingsonbekwaam en -onbevoegd (verslaving, psychische stoornis, geestelijke beperking, etc.) zijn, ook niet de juiste personen om met miljoenen euro’s om te gaan. Al is het maar omdat zij niet een lot hebben kunnen of weten te bemachtigen.

Vervolgens hebben we de tweeverdieners met of zonder kinderen. Deze groep kan zich al veel veroorloven, gaat al meerdere keren op vakantie en zal alles wat het nu al doet nog luxueuzer en vaker kunnen doen. De groep van lage inkomens zal de hoofdprijs ook vooral voor zichzelf gebruiken, logisch, eindelijk kunnen ze wat extra uitgeven, hebben misschien enkele schulden die nu opgelost kunnen worden en zullen een groot deel van het geld als spaargeld wegzetten, omdat deze groep hier in het algemeen minder van heeft.

Nee, ik denk dat een dergelijk hoog bedrag bij de middeninkomens (35.000-75.000 Euro) het beste terecht komt. Dat deze groep maatschappelijk gezien het meest verantwoord met de hoofdprijs omgaat. Ook zij zullen een deel voor zichzelf gebruiken, maar zullen dit op een verantwoorde manier doen omdat ze vaak wel enige luxe zijn gewend. Ze hebben al vaak een koophuis en een eigen auto maar zullen nu nog mooier willen wonen. Ze zullen niet helemaal doorslaan in hun uitgavenpatroon, omdat ze zich beseffen dat ze het daarvoor al goed hadden. Zij zullen vanzelfsprekend wel iets op hun spaarrekening zetten, maar hebben vaak al wat geld gespaard.

Ik ben van mening dat bij de middeninkomens de kans het grootst is dat zij een substantieel deel van de hoofdprijs niet voor zichzelf gebruiken, maar ten behoeve van de maatschappij. Een goed doel, het opzetten van een stichting voor hulpbehoevenden, op reis gaan en kijken hoe je een bijdrage kan leveren om de wereld te verbeteren. Nu besef ik mij maar al te goed dat wie dan ook een dergelijke geldprijs zal winnen, het leven van die persoon totaal zal veranderen en wil ik echt niet beweren dat de door mij hiervoor genoemde groepen niet een deel van de hoofdprijs aan de maatschappij wil besteden, maar ik heb geprobeerd uiteen te zetten waarom ik denk dat dit bij de middeninkomens de grootste kans van slagen heeft.

Rechtvaardigheid in 2017: Fatsoenlijkheid

Over het begrip rechtvaardigheid is natuurlijk het niet iedereen eens. Wat voor de een rechtvaardig is, is voor de ander juist het tegenovergestelde. Neem het belastingrecht in Nederland. Hoe hoger je inkomen, hoe meer belasting je moet betalen. Voor de ene persoon een rechtvaardig gegeven (als je meer verdient heb je dus meer te besteden en kan je het dus veroorloven om een hoger bedrag aan belasting te betalen), maar voor de ander juist uiterst oneerlijk (je hebt nou eenmaal een baan, waar een hoger inkomen bij past, omdat je bijvoorbeeld harder moet werken, meer verantwoordelijkheden hebt of lang hebt gestudeerd en geïnvesteerd om uiteindelijk deze baan te bemachtigen). Deze laatste groep zal zeggen: “Nou, dan ga ik wel wat minder werken, dan hoef ik ook niet zoveel belasting te betalen en zijn mijn vaste lasten per saldo vrijwel hetzelfde”. Gezien het feit dat tegenwoordig steeds meer mensen meer waarde aan vrije tijd hechten (lees: bereid zijn om vrije tijd te ‘kopen’ ), zal deze groep alleen maar groeien.
Laat ik mijzelf buiten stellen van deze discussie van rechtvaardigheid en een andere betekenis aan dit begrip geven: fatsoenlijkheid. Fatsoenlijkheid staat eigenlijk boven het recht. Iets hoeft niet in strijd te zijn met het recht, maar is wel onfatsoenlijk te noemen. Dit lijk mij nou een mooi maatschappelijk voornemen voor 2017: Laten we ons allemaal wat fatsoenlijker gedragen.

Ik kan nu wel allemaal maatschappelijke al dan niet onfatsoenlijke voorbeelden geven (een voetballer die over een deel van zijn vermogen geen belasting betaalt of een bestuursvoorzitter die zichzelf een bonus toebedeelt), maar daar is denk ik genoeg over gediscussieerd in menig populair praatprogramma (zowel commercieel als publiek). Laten we het daar niet over hebben, over de onfatsoenlijke voorbeelden van iemand anders gedrag, maar over de onfatsoenlijke voorbeelden van je eigen gedrag. Ik denk als we hier aan werken, dan wordt de samenleving een stuk rechtvaardiger. Dan gaan we eerlijker, aardiger, liefdevoller met elkaar om.
Als jurist kom je natuurlijk veel cliënten tegen die zich juridisch niet onjuist hebben gedragen, maar of hun gedrag fatsoenlijk was is een ander verhaal. Dat zij zich zo hebben gedragen valt ook wel weer te begrijpen. Emotie, geld, zakelijke belangen kunnen redenen zijn om zich onfatsoenlijk te gedragen, zolang het maar niet in strijd is met de wet. En vaak is het ook nauwelijks mogelijk om je te verplaatsen in iemand waarvan jij vindt dat deze zich onfatsoenlijk heeft gedragen. Misschien zouden wij hetzelfde doen in die situatie. Desondanks is er een genoeg aantal voorbeelden waarvan in principe iedereen vindt dat dit onfatsoenlijk gedrag is. Voordringen in een rij, afsnijden op de snelweg, vriendelijk gedag zeggen bij binnenkomst om er maar een paar te noemen.

In een ideale, dus irrealistische, samenleving zou je in principe het geschreven recht met daarbij het hele justitiële apparaat kunnen afschaffen als iedere burger zich fatsoenlijk zou gedragen. Dit geeft aan hoe belangrijk fatsoen is. Dus hoe meer fatsoenlijk gedrag, hoe minder het recht hoeft te worden ingeschakeld. Dit is goed voor het welzijn van de mens en scheelt behoorlijk wat maatschappelijk gemeenschapsgeld.

JURIDISCH-ETHISCHE ANALYSE OP DE ‘MINDER MAROKKANEN UITSPRAAK’ VAN GEERT WILDERS

De uitspraak van de rechter inzake de zaak Wilders mbt zijn Marokkanen-uitspraak, is inmiddels gedaan. Wel schuldig aan groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie, maar geen straf. Ik ga hier niet in op deze uitspraak, daar is en wordt genoeg over gezegd. Nee, zoals ik in mijn vorige blog al heb aangekondigd, zou ik de ethische kant van het morele dilemma waar de rechter in casu voor staat bespreken. Tot welke beslissing zou de rechter komen als het niet een juridische afweging zou maken, zoals het nu heeft gedaan, maar een ethische, zoals beschreven in het stappenplan van Jacquelien Rothfuz, docent beroepsethiek en psychologie (“Ethiek. In sociaalagogische beroepen”)? De rechter gaat als het ware op de stoel van de hulpverlener zitten.
Het bovengenoemde stappenplan is een hulpmiddel om een ethisch dilemma te analyseren (In deze casus zoals eerder genoemd Vrijheid van meningsuiting tegenover Verbod op discriminatie). Stel het gaat om een meisje dat thuis misbruikt wordt en zij wil dat je daar niets over vertelt. Je moet dan als hulpverlener kiezen tussen de gezondheid van het meisje en geheimhouding. Uit het stappenplan zou misschien kunnen worden geconcludeerd dat je moet kiezen voor het welzijn van het meisje, terwijl je juridisch gezien de plicht van geheimhouding overschrijdt. Wie weet leidt toepassing van het stappenplan van deze casus wel tot een heel ander resultaat dan de schuldbevinding van de rechter.

Stap 1: Beschrijf de situatie
In deze eerste stap gaat het puur om de feiten. De rechter mag hier zijn of haar gedachten en gevoelens totaal geen rol laten spelen. De heer Wilders stelde in een Haags café op 19 maart 2014, de dag van de gemeenteraadsverkiezingen, aan zijn aanhangers de vraag of ze meer of minder Marokkanen wilden. Het publiek scandeerde “Minder”. De heer Wilders reageerde hierop met de opmerking: “Nou, dan gaan we dat regelen”.

Stap 2: Wat is het ethische dilemma?

In deze stap gaat het om 2 waarden waaruit moet worden gekozen. In dit geval staat de rechter dus voor het ethische dilemma: Vrijheid van meningsuiting (het recht om gedachten en gevoelens zonder voorafgaande toestemming te openbaren) tegenover gelijke behandeling van iedereen zie zich in Nederland bevindt (verbod van discriminatie)

Stap 3: Wat zijn de handelingsalternatieven?

In deze derde stap word gekeken wat de mogelijke handelingen zijn voor de rechter.
Handelingsalternatief 1: De heer Wilders wordt gestraft omdat hij het verbod op discriminatie overtreedt.
Handelingsalternatief 2: De heer Wilders wordt niet gestraft omdat er een vrijheid van meningsuiting in Nederland bestaat.
Handelingsalternatief 3: Er word hierover geen uitspraak gedaan door de rechter omdat deze zich anders op politiek terrein bevindt en zijn objectiviteit daardoor word betwist.
Handelingsalternatief 4: Niet de rechter maar iemand anders, bijvoorbeeld de aanhangers en tegenstanders van de heer Wilders, geeft een oplossing voor dit ethisch dilemma. Of een andere onafhankelijke instantie dan de rechter.

Stap 4: Wie zijn de belanghebbende en wat zijn hun belangen?
Wie zijn er nou precies betrokken bij dit dilemma. Alleen de direct betrokkenen zouden mee moeten worden genomen bij de afweging om tot een zo ethisch juist mogelijke beslissing te komen.
Belanghebbende 1: De heer Wilders. Zijn belang is tweeërlei: Namelijk dat er zoveel mogelijk mensen op hem stemmen en daardoor meer invloed kan uitoefenen én dat er zoveel mogelijk aandacht voor hem is zodat meer mensen naar hem luisteren (ook degene die niet op hem stemmen).
Belanghebbende 2: De aanhangers van de heer Wilders die aanwezig waren in het Haags café ten tijde van de bewuste uitspraak van de Heer Wilders. Hun belang is dat de ideeën van de heer Wilders zo breed mogelijk worden gesteund zodat zij uiteindelijk ook meer invloed zullen hebben.
Belanghebbende 3: De Marokkanen die zich aangesproken voelden door deze uitspraak. Hun belang is dat zij gewoon een ‘normaal’ leven kunnen leiden zonder dat zij worden gediscrimineerd en zich daardoor uitgesloten voelen door de rest van de maatschappij.
Belanghebbende 4: De Nederlandse bevolking. Zij heeft er belang bij dat zij zich veilig voelen in Nederland in deze multiculturele samenleving.

Stap 5: Welke waarden en normen spelen hier een rol.
Deze stap is van belang omdat als er een beslissing over dit ethisch dilemma word genomen, de belangrijkste waarden en normen die hier een rol spelen, moeten worden meegewogen. Vrijheid van meningsuiting en gelijkheid zijn al genoemd, maar ook respect, veiligheid, behoud van cultuur, begrip voor elkaar, democratie en rechtvaardigheid zijn belangrijke waarden die in dit dilemma een rol spelen.

Stap 6: Voor welk handelingsalternatief word uiteindelijk gekozen?

Dit is de laatste stap. Hier wordt de uiteindelijke oplossing gegeven voor het ethisch dilemma. Volgens dit stappenplan zal de oplossing één van de 4 handelingsalternatieven zijn van stap 2. Waarom voor dit handelingsalternatief word gekozen zal in deze laatste stap moeten worden beargumenteerd ogv de conclusies in de andere stappen van het stappenplan.

Conclusie: het handelingsalternatief waar de rechter die op de stoel van de hulpverlener zit voor zal kiezen ogv toepassing van het hier bovengenoemde stappenplan is strafoplegging van de heer Wilders. Waarom? Nogmaals, de rechter zit hier op de stoel van de hulpverlener. De gevolgen van zijn uitspraak moeten voor zoveel mogelijk belanghebbende een positieve invloed hebben. De heer Wilders en de aanhangers van de heer Wilders zullen niet tevreden zijn met dit resultaat. De Marokkanen die zich aangesproken voelen wel en het grootste deel van de Nederlandse bevolking ook (ervan uitgaande dat dit deel geen aanhangers van de heer Wilders is). Bovendien gaat de heer Wilders met deze uitspraak in tegen een aantal waarden die in deze casus een grote rol spelen zoals gelijke behandeling, respect, veiligheid, begrip voor elkaar en rechtvaardigheid. (Natuurlijk is er ook een aantal waarden die hij wel respecteert maar dit aantal is in de minderheid).
Ik begrijp heel goed dat er van alles in te brengen valt tegen mijn conclusie ogvdeze ethische analyse en dat die enigszins subjectief is. Een ander die deze ethische analyse loslaat op het betreffende ethische dilemma zal misschien tot een andere conclusie komen of tot dezelfde maar dan ogv andere argumenten. Tevens ben ik er mij van bewust dat mijn conclusie nog veel uitgebreider kan en dat kritisch tegen het door mij gebruikte stappenplan kan worden gekeken. Maar het ging er mij om om de Marokkanen-uitspraak van de heer Wilders eens op een andere manier te benaderen.

Rechtszaak Wilders Minder Marokkanen – Uitspraak

Het blijft lastig, een rechterlijke beslissing over een uitspraak van een politicus. De twee grondwettelijke waarden die tegenover elkaar staan zijn duidelijk: Art. 7 Grondwet: Vrijheid van meningsuiting (je moet kunnen zeggen wat je denkt) tegenover Art. 1 Grondwet: Gelijke behandeling (Verbod van discriminatie). Tot hoever mag je je mening verkondigen, met andere woorden, wanneer zit je tegen de grens van discriminatie?

Een extra probleem bij dit dilemma is dat het ook nog eens om een uitspraak van een politicus gaat. Mag een politicus juist meer zeggen of minder, zonder dat hij op het gebied van discriminatie terecht komt. Aan de ene kant zou je kunnen beweren dat een politicus meer mag zeggen. Hij vertegenwoordigt tenslotte een deel van het volk, spreekt dus ook namens een deel van het volk en bereikt als publiek persoon dus minder snel de grens van discriminatie. Aan de andere kant zou je juist kunnen verkondigen dat een politicus minder mag zeggen. Juist omdat hij een publiek persoon is en zich er dus extra bewust van moet zijn als hij iets doet of iets zegt. Als je als burger naar een land op vakantie gaat waar bijvoorbeeld de mensenrechten niet helemaal naar westerse normen en waarden worden nageleefd, zal je daar geen schade of ander soort hinder van ondervinden. (Hooguit wat verbaasde reacties uit privé-kring). Maar als je als publiek persoon naar een dergelijk land op vakantie gaat, ook al is het op eigen naam, dan is de kans groot dat hier meteen Kamervragen over worden gesteld en er een morele discussie in de maatschappij op gang word gezet. Als een BN’er dit doet gebeurt dit al, laat staan een publiek persoon.

Een ander probleem bij dit dilemma is dat de rechter hierover moet beslissen zonder enig politieke beïnvloeding. Wat vindt de rechter zelf van de heer Wilders (los van zijn Minder Marokkanen-uitspraak). Dit probleem geldt natuurlijk altijd voor een rechter als er een politicus voor hem staat. Wat is de politieke kleur van de rechter? Nu begrijp ik wel dat een rechter nooit helemaal objectief kan zijn, ook als er een burger in de rechtszaal zit, maar bij een politicus is dit toch even wat anders, lijkt mij zo. Dan gaat het er niet alleen maar om wat de tenlastelegging is, zoals bij een burger, maar gaat het ook nog eens om een publiek persoon en dan ook nog eens om een publiek persoon waar iedereen wel een mening over heeft. Met andere woorden, is de rechter een thuisfluiter?

Goed, even terug naar het uiteindelijke morele dilemma, waar de rechter nu dus voor staat: zijn de uitlatingen van de heer Wilders (vrijheid van meningsuiting) in strijd met het recht van gelijke behandeling? Als jurist probeer ik hier geen zakelijk juridisch antwoord op te geven maar meer een ethisch sociaal juridische oplossing. Deze oplossing baseer ik op het stappenplan van Jacquelien Rothfusz, gespecialiseerd in ethiek in het Sociaal werk.
Dit stappenplan word veelvuldig gebruikt door hulpverleners die voor morele dilemma’s staan als het gaat om bijvoorbeeld kinderen die uit huis worden geplaatst (ouders en kind zien elkaar daardoor niet meer). Of een hulpverlener moet een cliënt helpen die aan drugsverslaafd is, maar ondertussen zwanger is geworden (moet er geen abortus worden gepleegd)
Volgende week ga ik het hierboven genoemde stappenplan loslaten op het morele dilemma waar de rechter voor staat mbt de Minder Marokkanen-uitspraak van de heer Wilders.